We willen allemaal dat onze kinderen opgroeien tot zelfstandige mensen. Dat ze kritisch nadenken, een eigen mening ontwikkelen en voor zichzelf durven opkomen. Maar wat gebeurt er wanneer die eigen mening niet overeenkomt met wat wij als volwassenen voor ogen hebben?

els-7b6a48e5

Als moeder van drie kinderen zie ik hoe de verhoudingen veranderen naarmate kinderen ouder worden. Ze ontwikkelen hun eigen ideeën, voorkeuren en overtuigingen, en dat is precies de bedoeling. Opvoeden is tenslotte niet het grootbrengen van een kleinere versie van jezelf toch? Maar dat betekent niet dat alle belangen vanzelf op één lijn liggen. Soms blijkt een wens praktisch lastig te organiseren, soms denk je als ouder oprecht dat een andere keuze beter is en soms moet je erkennen dat je eigen verwachtingen ook een rol spelen.

 

Maar daar waar het schuurt is daar waar het interessant wordt…

 

Het VN-Kinderrechtenverdrag geeft kinderen het recht hun mening te uiten over zaken die hen aangaan. Aan die mening moet passend gewicht worden toegekend, afhankelijk van hun leeftijd en ontwikkeling. Dat is meer dan een vriendelijk advies om af en toe naar kinderen te luisteren. Het betekent dat hun perspectief daadwerkelijk moet meewegen wanneer volwassenen beslissingen nemen die hun leven raken.

 

In ons werk als mediators zien we hoe ingewikkeld dat kan zijn. Bijvoorbeeld wanneer gescheiden ouders het niet eens worden over een schoolkeuze of de invulling van een zorgregeling. De ene ouder vindt stabiliteit en vertrouwdheid belangrijk, de andere ziet juist kansen in verandering en nieuwe ervaringen. Beiden kunnen oprecht het beste voor hun kind willen maar dat maakt hun ideeën nog niet automatisch hetzelfde als het belang van hun kind.

 

En dan is er ook nog het kind zelf. Misschien hecht het vooral aan de vriendschappen die het heeft opgebouwd, misschien verlangt het juist naar meer uitdaging. Of misschien heeft het helemaal geen uitgesproken voorkeur, maar wil het vooral dat de ouders ophouden met discussiëren.

 

Dat laatste raakt aan een belangrijk onderscheid. Kinderen hebben recht op een stem, maar hoeven niet de verantwoordelijkheid te dragen voor beslissingen waar volwassenen samen niet uitkomen. Zeker bij een scheiding vraagt het zorgvuldigheid om kinderen te betrekken zonder hen het gevoel te geven dat ze partij moeten kiezen. En daar spelen altijd meer belangen dan alleen die van het kind. Onze werkroosters, reistijden, financiële mogelijkheden, overtuigingen en emoties bepalen mede wat haalbaar is. Dat geldt voor gescheiden ouders, maar net zo goed voor ouders die samenleven. De uitdaging is om die verschillende belangen te erkennen, zonder dat de stem van het kind daarin verloren gaat.

 

De vraag is vooral of we ons ervan bewust zijn. Of we bereid zijn onderscheid te maken tussen wat een kind nodig heeft, wat wij als ouders belangrijk vinden en wat praktisch mogelijk is. En of we daarover in gesprek kunnen blijven, ook wanneer er geen eenvoudig antwoord bestaat of wanneer we uit elkaar zijn.

 

Misschien zit daarin wel de dagelijkse betekenis van kinderrechten. Niet in de verwachting dat volwassenen altijd de juiste keuze maken, maar in de bereidheid om het perspectief van kinderen serieus te blijven onderzoeken.

 

Want het belang van het kind is geen argument waarmee je een discussie afsluit. Het is een vraag die je jezelf steeds opnieuw moet durven stellen.